Verslag excursie naar Oisterwijk

Op dinsdag 24 september hebben zich 16 leden gemeld voor de excursie-wandeling naar Oisterwijk. De route gaat van kerk naar kerk, te beginnen bij de St. Petruskerk en eindigend bij de Johanneskerk.

Oisterwijk werd gesticht op een oude zandrug die ontstaan is in de ijstijd. Deze zandrug loopt van Goirle door Tilburg en Oisterwijk naar Haaren. De naam Oisterwijk duikt voor het eerst op in een akte van 25 februari 1212/1213 van de hertog van Brabant. Hertog Hendrik I van Brabant verleende marktrechten en die werden toegekend aan het grondgebied van de parochie Oost-Tilburg.

Van lieverlee nam de betekenis van de nederzetting Oisterwijk ten koste van die van de parochie Oost-Tilburg toe en werd ‘Oisterwijk’ de enige gehanteerde aanduiding voor het geheel van het oude dorp Oost-Tilburg rond de kerk en Oisterwijk rond De Lind.

Tegen het einde van de 14e eeuw had Oisterwijk al haar huidige hoofdstructuur, bestaande uit een brede, plein-achtige straat van bijna een kilometer lang, de Plaatse geheten, voortgekomen uit de oude marktplaats. Aan beide zijden lagen knooppunten van wegen. In het oosten waren dat wegen naar Oirschot, Boxtel, ‘s-Hertogenbosch, Haaren en Heusden. Vanuit het westen waren het wegen naar Moergestel, Tilburg en Heukelom. Deze infrastructuur is nog steeds duidelijk herkenbaar.

Al in 1192 en 1214 was er in Oisterwijk een kerk gewijd aan Sint Petrus. Deze Sint-Petruskerk stond vrijwel op dezelfde plaats als de huidige. In de nabijheid was een begijnhof en een nonnenklooster, de Catharinenberg genaamd.

De gotische kerk, die twintig altaren en een hoge toren bezat, werd op 11 juni 1587 verwoest tijdens een overval van Staatse troepen. Herstel volgde in de jaren 1608-1616.

In 1648 kwam de kerk echter in handen van de Hervormden. De katholieken betrokken enige decennia later een schuurkerk aan de Schijf. Eind 18e eeuw kregen de katholieken hun kerk weer terug, die echter zwaar verwaarloosd was.

Voor de Hervormden werd in 1810 een Napoleonskerk gebouwd. In 1895 werd de oude Sint Petruskerk  gesloopt en vervangen door een nieuwe die in 1897 werd ingewijd. Bouwmeester Pierre Cuypers.

In Oisterwijk was in de 18e eeuw een joodse wijk ontstaan. In 1748 werd een Joodse begraafplaats in gebruik genomen en in 1758 werd een synagoge ingewijd. Aanvankelijk werden hier ook overledenen uit Tilburg begraven, maar men stichtte in Tilburg een eigen gemeente waar die van Oisterwijk in 1908 volledig in opging.

In 1928 kwam er een tweede parochie in Oisterwijk. Deze kerk, aan De Lind, is genoemd naar de Augustijner regulier kanunnik Johannes Lenaertsz (één van de martelaren van Gorkum – geboren in 1504 in Oisterwijk).

Op 27 mei 1998 vond tijdens reparatiewerkzaamheden een felle brand plaats in de toren van de Sint-Petruskerk. De spits stortte in en delen kwamen op het dak terecht waarbij een kroonluchter neerstortte op de kerkbanken. De schade werd nadien hersteld.

In 2012 vierde Oisterwijk haar 800-jarig bestaan. Vanouds ontstond in Oisterwijk textielnijverheid, gebaseerd op laken en linnen. In 1870 was de Oisterwijkse textielindustrie vrijwel verdwenen door de opkomst van Tilburg als textielstad.

De productie van schoenen kwam in opkomst, in het begin veelal als huisnijverheid.

De eerste aanvraag voor een schoenfabriek was van J.P. van Arendonk (1899).

Na het topjaar 1965 voor de schoenindustrie begon de neergang, vooral door concurrentie, eerst van Italië en later van landen als Taiwan en China.

Het looien van leder werd voor Oisterwijk van groot belang. De aanwezigheid van stromend helder water en eikenschors was essentieel voor deze bedrijfstak. In 1916 werd de N.V. Lederfabriek Oisterwijk opgericht.  De fabriek ging zich in kalfsleder specialiseren. In 1932 verkreeg ze het predicaat Koninklijke. In 1970 werd de Koninklijke Chroomlederfabriek overgenomen en in 1974 ontstond zo de Koninklijke Verenigde Leder (KVL).

Dit was de grootste leerlooierij van Nederland. Niettemin ging het in de jaren 90 van de 20e eeuw steeds slechter met de lederindustrie. In 2000 werd bekend dat de fabriek zou moeten sluiten en in 2004 werd het faillissement uitgesproken.

Welke bezienswaardigheden kwamen voorbij?

  • Mariakapel, St.Petruskerk
  • Kerkstraat en Dorpsstraat:
  • Voormalige Brouwerij “De Valk” aan de Dorpsstraat 10-14, uit 1916. Reeds in 1816 was hier een brouwerij, gesticht door de uit Oirschot afkomstige Jan de Kroon. In de kelders van de oude brouwerij is inmiddels de “Dorpswijnkelder 1855” gevestigd.
  • De Lind (voormalige marktplaats Oisterwijk, aangewezen als beschermd stadsgezicht. Hierlangs staat een aantal herenhuizen, zoals:
    • Looiershuizen De Lind 8, De Lind 40.
    • Voormalige sigarenfabriek “De Huifkar”, De Lind 30.
    • Voormalige verffabriek Holleman, De Lind 28, uit 1849 (“Domus Renata”)
    • Voormalige herberg In de Drye Swaentjes, De Lind 42, in de 17e eeuw een herberg,

in de 18e eeuw woning van de gemeentesecretaris, sedert 2005 een zakenpand.

  • Raadhuis, dateert uit 1899, herbergt een collectie gildezilver.
  • Trouwlaantje, een ongeveer 200m lang linden-berceau (bladverliezende bomen) tussen de twee rijbanen van De Lind. Het was traditie dat bruidsparen onder het twee eeuwen oude linden-gewelf door naar het stadhuis zouden lopen. Vroeger leidde dit pad naar de kapel van Onze Lieve Vrouw Ter Lind, ofwel Vreugderijke die stond op de plaats van het huidige raadhuis.
  • Vrijheidseik, tussen het Trouwlaantje en het raadhuis, geplant op of rond 19 oktober 1794 als vrijheidsboom en de enige die als zodanig nog bestaat in Nederland.
  • Lindeboom van vele honderden jaren oud en daarmee de oudste boom van Oisterwijk, staat op De Lind. Reeds in 1388 werd de boom beschreven, maar het is onduidelijk of daar de huidige boom mee bedoeld is. Onder de boom werden kaas- en eiermarkten gehouden en werd recht gesproken.

In 2023 werd de linde tot ‘boom van het jaar’ gekozen.

Kees Wouters (30-09-2024)

Werkgroep Excursies en Lezingen

Wilt u de allereerste Rondom de Schutsboom (nog) eens lezen. Uit 1981. Hoe oud was u toen?

X